Der, die, das, de, het — het lidwoord hoort bij het woord
Wie een Duits zelfstandig naamwoord zonder lidwoord leert, mag het later nog eens doen. Dat geldt ook voor le en la, el en la — en voor ons eigen de en het. Waarom het lidwoord op de kaart staat, en welke uitgangen je het meeste raadwerk besparen.